Oktober 2017

In alle vroegte wordt er aangebeld. ‘Hallo?’ Het is mijn vriendin die met een enorme kater veel te vroeg voor de deur staat. ‘Ik ben nog dronken geloof ik…’ komt er wat gammel uit. Ze loopt door naar de woonkamer en ploft neer op de bank. Ondertussen realiseer ik me dat ik mijn paspoort nog niet heb gepakt. En als ik naar mijn half lege tas kijk, krijg ik de indruk dat ik nog meer ga vergeten. Ik pak mijn paspoort en gooi nog wat shirtjes in mijn tas. ‘Hoe laat is de bakker open? Ik moet echt een kaascroissant eten’ roept mijn vriendin vanuit de woonkamer. Pffff, dat iemand daar zo vroeg al aan kan denken. Inmiddels is mijn tas dichtgeritst, doe ik nog een schietgebedje in de hoop dat ik niets belangrijks vergeten ben en loop naar de woonkamer. De blik van mijn vriendin op mijn tas spreekt boekdelen. ‘Is dit alles?!’ vraagt ze verbaasd. Ik trek nonchalant mijn schouders op. Tja, ik pak nu eenmaal mijn tas in als een man. Als ik iets vergeet koop ik het daar wel.

Aangekomen op het vliegveld valt het mee met de drukte. Voor een herfstvakantie zou je het drukker verwachten. Mijn vriendin en ik laten onze tickets checken, waarna we onze spullen op de detectiebank leggen. Een norse vrouw vraagt of we vloeistoffen mee hebben. Ik reageer altijd met ‘nee’. In het ergste geval komen ze na de scan er wel achter en meestal kan ik mij er dan wel uitkletsen. Daarnaast, of ik vloeistoffen mee heb kan ik me zo vroeg op de ochtend toch niet bedenken. Nadat de bagage gecontroleerd is, komt er een man naar mij toe en vraagt of ik, ja hoor, vloeistoffen mee heb. Ik kijk hem wat beduusd aan en open mijn tas. Een flesje had hij op de scan gezien. Nadat ik mijn tas heb geopend, haalt de man er inderdaad een flesje uit. Hij kijkt wat verbaasd naar de inhoud en begint te lachen. Mijn vriendin staat inmiddels naast me en lacht ook. ‘Er kan ook maar één iemand zijn die hagelslag in een flesje doet en meeneemt op vakantie!’. Oké, het ziet er misschien stom uit, maar een kartonnen verpakking kan kapot gaan en het zou een ramp zijn als ze op de plaats van bestemming geen hagelslag zouden hebben. Mijn vriendin weet overigens dat het zonder hagelslag voor haar ook afzien wordt. Gelukkig mag het flesje mee en begint het boarden.

De vliegmaatschappij is low budget en wij, als voormalig studenten, weigeren extra te betalen om naast elkaar in het vliegtuig te zitten. Zoiets ‘regelen’ we ter plekke wel. Naast mijn vriendin bleek een stoel vrij te zijn. Mooi, dan kan ik daar zitten! Ik plof in de stoel en een vrouw naast mij kijkt wat verwilderd op. Ze leek wat geïrriteerd dat ik ineens mijn spullen onder de stoel mikte en ook merkte ik haar verbaasde blik op toen ik mijn boek over psychopathie uit mijn tas pakte en op het schuiftafeltje legde. Uiteraard laat ik mij niet door haar afschrikken. Ik ben heel netjes opgevoed, mijn ouders ondersteunen deze uitspraak deels, en vraag de vrouw hoe lang zij in Spanje zou verblijven. Ik weet, sociale praat doet het altijd goed. Ze gaf toe dat zij met haar man een hele week, dus van dinsdag tot dinsdag, weg bleven. Enigszins bedroefd keek ik haar aan. ‘Hoe lang blijven jullie?’ vroeg de vrouw. Door haar verbaasde hoofd op het eerste moment en haar argwanende blik op mijn boek zei ik per ongeluk direct wat ik dacht. ‘Wij kunnen maar tot vrijdag blijven, dan zit mijn proefverlof er weer op en moet ik mij bij reclassering melden’. De blik van de dame was op dat moment goud waard. Ze heeft de rest van de vlucht niet meer met mij gepraat. Prima reactie en doel bereikt, want nu kon ik tenminste in alle rust en tevredenheid mijn boek lezen zonder over koetjes en kalfjes te hoeven praten.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment