Oktober 2018

Dit weekend hebben zusje en ik meegedaan aan de Run for Kika. Dat betekent zeker tien kilometer hardlopen voor het goede doel. Nu heb ik zelf in het beginsel een gruwelijke hekel aan inzamelacties voor het goede doel, want a) ik hou niet van dat geschooier bij mensen om geld, b) ik heb de illusie dat mensen alleen geven voor het goede doel om hun geweten af te kopen, c) is er ooit bewijs geleverd dat het geld ook daadwerkelijk terecht komt waarvan men zegt dat het voor is bedoeld en d) het is de minst wenselijk plek om af en toe een rotopmerking te maken of sarcastisch te zijn want iedereen heeft op zo’n moment last van een warm en knuffelig gevoel waardoor mijn opmerkingen, die af en toe best grappig kunnen zijn, compleet doodvallen. En dat tijdens een goed doel voor een terminale ziekte, dit bedoel ik dus, ik begrijp wel dat zwijgen als goud wordt gezien.

Enfin, omdat we het lopen al een opgave an sich vonden, besloten we met de auto naar de plaats delict te gaan. Als één van de eersten kwamen we het terrein op. Zusje werd gelijk enthousiast van alle kraampjes die er stonden en toen ze eenmaal hoorde dat je een glittertattoo kon laten zetten was er geen houden aan. Kinderen voor kinderen is ze inmiddels gelukkig wel ontgroeid. Gelukkig hebben we deze kraam uiteindelijk gemist. Omdat we veel te vroeg waren, zijn we maar even gaan chillen op een bankje in de zon, totdat we bij elkaar werden geroepen want over een niet al te lange tijd zou de race beginnen.

Vlak voor de race werd ons gevraagd plaats te nemen in het startvak. Nog lichtelijk over de zeik dat de tijd niet werd geregistreerd , zie e) meedoen met een goed doel om jezelf te profileren, manoeuvreerden we ons naar het startlint. Ik weet niet welke mafkees de planning heeft verzorgd, maar een warming up in het startvak waar iedereen dicht op elkaar moet staan is niet heel bevorderlijk voor je humeur. Zeker niet als iedereen de juffrouw op het podium na doet en als een malle gaat zwaaien met de armen, waardoor je door mededeelnemers wordt geslagen. Ik bedoel, niets mis mee met het uitschakelen van de concurrentie tijdens een wedstrijd, maar waar was ineens dat warme kleffe gevoel behorend bij het goede doel gebleven? Daarbij werd de tijd niet eens geregistreerd dus hoezo wedstrijd? Een gemengd gevoel kwam bij mij naar boven.

Zusje en ik hadden vooraf al bedacht dat ik een stuk sneller zou zijn dan haar, al snapt ze nog steeds niet hoe dat kan want ik heb volgens haar een raar loopje, en dat ik wel vooruit mocht lopen. Nu werd ik voorafgaand aan de start ook bevangen door het knuffelige gevoel, dat er tijdens de warming up toch niet helemaal uitgeslagen, waardoor ik besloot de eerste paar kilometers samen te lopen. Dat persoonlijk record haal ik wel op een ander moment, dacht ik. Daarnaast kon ik, doordat ik nog lucht overhad, de situatie en de mensen voorzien van commentaar, oh nee, ik bedoel natuurlijk feedback want dat klinkt knuffeliger. Verscheidene keren hoorden de renners die ons inhaalden; ‘Hardlopers zijn doodlopers!’ En toen we deze renners een eindje verderop weer zagen lopen, konden ze een vies lachje verwachten. Tja, toch de naweeën van die klappen van de warming up vrees ik.

Na 6,5 kilometer lukte het mij niet langer om met zusjes tempo mee te lopen. Het werd gelukkig niet zo’n Kate en Leo afscheid, ‘never let go’ klinkt wat dramatisch als je elkaar na 3,5 km rennen weer ziet, dus ik zette de sprint in. Ik ging lekker en bij de eindsprint liep ik nog bijna de mascotte omver. Bij de finish stopte ik runkeeper. Tevreden keek ik naar de tijd, 49 minuten. In mijn ooghoek zag ik iets oranjes als een racegarnaal over de finish sprinten. Het zal toch niet… dacht ik. En ja hoor, zusje kon zich ook weer bij mij voegen en vloog me in de armen. Kennelijk had ook zij last van knuffeligheid. Ik was dus niet de enige. Weer iets wat we van ons lijstje kunnen strepen. Ik heb het vinkje uiteindelijk maar gezet bij ‘geweten afgekocht’.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment