Dit keer geen blog over de misstanden in de wet en ook geen sarcastisch verhaal over hoe de kerstgedachte van warm en sociaal naar keihard commercieel is gegaan. Nee, in deze blog wil ik schrijven over mijn eigen ervaring met de Nederlandse zorg. Gelukkig niet die van de GGZ want dan was ik waarschijnlijk nu nog niet thuis geweest, maar wel die van het ziekenhuis. Vooraf wil ik graag de medewerkers van het CWZ in Nijmegen heel erg bedanken voor de goede zorgen en het snelle handelen en ook puik werk van de huisarts die, ondanks mijn eigenwijze gedrag, snel door heeft weten te pakken. Wat is er nu gebeurd?

Afgelopen zondag had ik een beachtennistoernooi. Je weet wel, beetje rommelen in het zand met een balletje en een racket. Het is een heuse officiële sport geworden. Samen met mijn vriendin wilden we graag onze titel gaan verdedigen om te voorkomen dat we definitief van de ranglijst zouden worden geknikkerd. We hadden het schema gezien en kregen goede hoop dat we wel wat puntjes konden gaan pakken. Er kon niets misgaan dacht ik. Totdat ik die ochtend opstond met een enorm misselijk gevoel. Toch niet buikgriep? Dacht ik. Na wat rondgescharreld te hebben door het huis ontkwam ik er helaas toch niet aan om over te geven. Met de gedachte dat de misselijkheid daarna wel weg zou trekken vervolgde ik de planning door samen met mijn vriendin naar de beachfabriek te gaan. Dit bleek echter een verkeerde gedachte want binnen een uur zag ik volgens mij witter dan een sneeuwpop op Antarctica en mijn vriendin stelde voor om op te geven en naar huis te gaan. Ik voelde me al dermate ongelukkig dat ik instemde en de rest van de dag thuis op de bank ben blijven hangen.

De volgende dag verliep een beetje gaar. Ik had nog steeds buikpijn maar was nog wel fit genoeg om bij mijn opa en oma op bezoek te gaan. Het eten verliep nog steeds niet heel soepel maar dat wijdde ik aan de sluimerende buikgriep. Daarnaast is weinig eten voor de kerstdagen niet een heel groot probleem, dat zou ik wel weer inhalen. In de avond heb ik nog even tennis gekeken bij de DJ die samen met zijn mattie lekker over het tennisveld aan het struinen was. Dit wilde ik niet missen en alle afleiding was op dat moment welkom, al voelde ik wel steeds meer de buikpijn opkomen.

In de nacht werd het geheel al wat ellendiger. Slapen lukte niet echt en ik had het idee dat mijn nieren, ondanks mijn weinige eetlust, aan het gillen waren. Alles begon steeds meer pijn te doen. Dit was niet best. In de ochtend werd ik wakker met algehele pijn in mijn onderbuik en zij waarop ik besloot dat een ibuprofen geen overbodige luxe zou zijn. Als die zou gaan werken kon ik tenminste zelf ook weer aan het werk dus ik pakte een douche in de hoop dat de pijn weg zou gaan. Niets bleek minder waar, bij alles wat ik deed begon mijn buik alleen maar meer pijn te doen.

Eenmaal naar beneden gestrompeld belandde ik op de grond bij de keuken. Opstaan zat er niet meer in. Aangezien ik alleen thuis was, besloot ik mijn vriendin te bellen. Die vertelde dat ik de huisarts moest bellen. De assistent sommeerde mij direct langs te komen waardoor ik niet veel later met mijn vriendin bij de huisarts aankwam. Na wat voelen hier en daar keek ze me zorgelijk aan en vertelde ze mij dat ik direct door moest naar de spoedeisende hulp van het CWZ omdat ze vermoedde dat ik mogelijk een blindedarmontsteking had. Aj, op dat antwoord zat ik niet te wachten. Rust houden is toch wat een huisarts hoort te zeggen? Een lichte paniek ontstond, maar op dat moment wat de pijn te hevig om te protesteren dus vervolgden mijn vriendin en ik ons reisje naar het ziekenhuis.

Bij het ziekenhuis aangekomen ging het allemaal best snel. Ik kreeg nog wat paracetamol en er werd een infuus ingebracht. Bloed en urine werden afgenomen en even later kwam de arts om te voelen wat er nu met mijn buik aan de hand was. Aangezien de pijn inmiddels overal zat, kreeg ik zelf niet het idee dat het om mijn blindedarm ging. De arts wist het ook niet zeker, het konden ook nierstenen zijn. Daarnaast schreeuwde ik het niet uit van de pijn waardoor ik werd doorgestuurd naar de radioloog.

Mijn vriendin en ik liepen naar de afdeling radiologie toe. Dat was nog een discussie want ik moest eigenlijk in een rolstoel daarheen vervoerd worden. Aangezien de paracetamol inmiddels z’n werk deed, kwam mijn eigenwijze kant weer naar boven en gaf ik aan dat ik geen invalide was en dus prima kon lopen.

De radioloog gaf aan dat als hij snel mijn blindedarm wist te vinden, dat dat geen goed teken was, aangezien hij dan al ontstoken was. Ik kruiste mijn vingers in de hoop dat de mijne inmiddels gewoon al uit zichzelf verdwenen was, maar in enkele seconden wist de radioloog hem aan te wijzen. Aangezien mensen in het ziekenhuis buitengewoon kundig zijn, had het ook geen zin om te hopen dat hij het niet goed zou zien. Wat hij wel raar vond was dat ik bij het aanraken en drukken op de plek niet gillend tegen het plafond aanging, waarop ik met een zielig stemmetje zei; maar mijn blindedarm wil heel graag blijven…. De radioloog schudde zijn hoofd en zei dat hij toch echt aan de chirurg moest vertellen dat de blindedarm ontstoken was en dat hij verwijderd moest worden. De paniek sloeg toe. Ik ben altijd de bezoeker van het ziekenhuis geweest, nooit een patiënt. En verder dan het wachten op een spoedeisende-hulpafdeling ben ik überhaupt nog nooit geweest. Dit hoort niet. Er gaat iets mis…

Eenmaal terug in de wachtruimte zocht ik op mijn telefoon naar mogelijkheden om te voorkomen dat ik toch geopereerd zou moeten worden. Iets met antibiotica zou wellicht een optie zijn? Helaas kwam de dokter mij kort daarna uit mijn droom wakker maken om te vertellen dat ik werd ingeroosterd om geopereerd te worden. Daarna hoorde ik nog vaag iets over nachten blijven, weken thuisblijven en langzaam herstellen, maar dat weet ik niet zeker want ik kreeg het niet meer mee. Het enige wat door mij heen ging op dat moment is de angst om de controle uit handen te moeten geven. Nu raak ik niet zo snel in paniek, maar dit is toch wel een gevoelig punt.

Op een kamer op afdeling Heelkunde moest ik wachten totdat ik aan de beurt was. Kennelijk had ik te veel films gekeken want de verwachting dat ik een eigen kamer zou hebben werd al gauw aangepast toen ik naast een man kwam te liggen die nog erger aan het snurken was dan een dikke walrus. Wat een ranzige geluiden. Hopelijk hoefde ik hier niet te blijven slapen want naast hem wist ik zeker dat dat er niet in zou zitten.

De DJ had inmiddels mijn spullen gebracht en kon mijn vriendin aflossen. Gelukkig was ik niet alleen. Het idee dat ik de nacht in het ziekenhuis moest doorbrengen bleef door mijn hoofd spoken en ik had het voornemen er alles aan te doen om dat te voorkomen. Mijn huis staat nota bene tegenover het ziekenhuis dus als er iets aan de hand zou zijn, zou ik er in vijf minuten zijn. Rond een uur of twee werd ik gehaald. Uitkleden en zo’n charmant operatieschortje aan. Ja, dat is net als op tv. Ik maakte kennis met de anesthesist en de mensen van de verkoeverkamer en ook heb ik nog even kort de chirurg gesproken voordat ik onder zeil ging.

Twee uur later werd ik wakker. Om mij heen zag ik mensen wat dufjes liggen maar kennelijk is het wakker worden na een narcose toch net zoiets als wakker worden in de ochtend en was ik gelijk klaarwakker. Toen de verpleging dat doorhad kreeg ik een ijsje en werd ik teruggebracht naar mijn kamer. De chirurg had de DJ gebeld en verteld dat alles goed was gegaan. Aangezien ik kennelijk steeds had gezegd dat ik vlakbij woonde en echt niet wilde blijven slapen mocht ik toch die avond nog naar huis. Dit klonk voor de DJ ook als muziek in zijn oren. Ik werd losgekoppeld van het infuus, trok mijn kleren aan en werd in een rolstoel, jazeker verzetten had geen zin, naar de auto gebracht om toch nog met kerstavond in mijn eigen huis te zijn.

Inmiddels gaat het steeds wat beter. De wonden zien er netjes uit en de pijn wordt elke dag wat minder. De zware medicatie die ik heb voorgeschreven gekregen heb ik niet genomen uit zelfbescherming. Ik ken mijzelf en als ik weinig tot niets voel ga ik toch meer doen dan ik mag. Dan maar even pijn lijden, dat is beter voor mijn eigen herstel. Mijn grootste dank gaat uit naar de vriendin en de DJ die mij beide die dag heel goed hebben gesteund. Daarnaast zorgt de DJ elke dag heel goed voor mij en spreekt hij mij af en toe streng toe omdat ik toch weer te veel wil doen. Een betere verpleger kan ik mij niet wensen. Verder ben ik superblij dat het personeel van het CWZ zo snel heeft gehandeld en zo goed voor mij heeft gezorgd. Behalve dan die zuster die steeds over eten begon te

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment