Vandaag heb ik meegedaan aan de Zevenheuvelenloop. Ik ben inmiddels over mijn pessimistische bui heen en nee, ik ben ook niet levensmoe. Het is een bewuste keuze om vijftien kilometer lang te sjouwen over de heuvels bij Nijmegen. Wel behoorde deze actie onder het kopje ‘impulsieve acties’, aangezien ik pas gisteren het startnummer van iemand anders had geregeld. Vanaf het moment dat ik me had omgekleed en het nummer aan mijn shirt had gemaakt, ging ik een middagje door het leven als Inge.

Nu bleek dat Inge zichzelf niet had ingeschat als fanatieke loper en stond er bij mijn startvak ‘bruin’. Nee, dat betekent niet dat je tussen de Kenianen mag starten maar gewoon tussen de slakken die er gemiddeld twee uur over zouden doen. Aangezien mijn doel was het behalen van de finish an sich, zou dit geen probleem moeten zijn, maar een tijd van twee uur lopen betekent volgens mij onderkoeld over de finish strompelen, dat is weer het andere uiterste.

Een oplossing was snel gevonden. Met een beetje nagellak-remover kon ik van die bruine kleur op het startbewijs wel iets oranje-achtigs maken. Bij het inleveren van mijn kleding heb ik als finishing touch mijn bagagesticker over het startvak laten nieten dus er kon eigenlijk niets meer misgaan. Bij de Rabobank kwam ik mijn hardloopmaatje tegen. ‘Welk startvak heb jij?’ Vroeg ik. Zij bleek slakkengang 2.0 te hebben want zij stond zelfs bij roze ingedeeld (lees; nog langzamer dan bruin). Ik zei dat dat zeker geen optie was. Na wat tegensputteren over regels en manieren, is ze uiteindelijk akkoord gegaan met mijn tactiek en belandden we in het oranje vak. Haar pokerface bij de controle was trouwens fenomenaal, iets met onbewust bekwaam haha.

Aangezien de temperatuur bijna onder nul lag, hadden wij ons goed aangekleed. Mijn hardloopmaatje had zelfs een dikke capuchon-trui aan. Een groepje mannen achter ons moest er wat om lachen, waarop het alfamannetje uit de groep zijn stoute schoenen aantrok en vroeg aan mijn maatje; ‘Trek jij dit aan tijdens het lopen?’ Waarop mijn maatje trots het logo van een universiteit op haar trui liet zien en ‘ja’ zei. Ik vond het een wat vreemde vraag en het had ook iets beledigends, waardoor ik de man aankeek en sneerde; ‘En jij gaat zeker hier in lopen?’ met een afkeurende blik over zijn pakje. Gelijk volgde er gelach van het groepje en droop het alfamannetje af.

Toen het startschot klonk wensten mijn maatje en ik elkaar succes, waarna ik haar binnen 100 meter al kwijt was. Misschien had ze toch bewust voor roze gekozen. Enfin, het zonnetje scheen, de lucht was blauw en ik hoefde niet iedereen steeds in te halen. Wel had ik het idee dat oranje wellicht wat optimistisch was, want ongeveer het hele oranje vak was bezig om mij in te halen. Uiteraard bleef ik als een ervaren hardloper aan de rechterzijde zodat niemand last van mij had.

De loop verliep spoedig. Onderweg heb ik dit keer behendig alle beker-weggooiende-deelnemers kunnen ontwijken. De vorige keer kletste namelijk iemand zijn bekertje water over mijn voet, en geloof me, met natte sokken lopen is alles behalve ideaal. Verder heb ik me vooral verbaasd over de erg korte broekjes, de hemdjes en T-shirtjes en de mensen die met een brancard werden afgevoerd. Wat hebben die mensen in godsnaam gedaan om het zo uit de klauwen te laten lopen? Of die mensen die ik zag teruglopen vanaf zeven km. Het is dan nog echt een takke-eind terug. Dan had je beter met de nachtloop mee kunnen doen want die is maar zeven kilometer. Nu ik er zo over nadenk, met een brancard terug is dan waarschijnlijk wel relaxter. Onderweg werd ik trouwens steeds Inge genoemd en aangemoedigd. Het duurde even voordat ik door had dat mensen mij bedoelden. Ik miste wel de verbaasde blikken van twee jaar terug toen ik nog als Appel door het leven ging en mijn maatje als Taart.

Tijdens het lopen hoorde ik mijn Runkeeper enthousiast tegen mij praten waarbij mijn gemiddelde tempo van 12 km/u best een tempo is om over naar huis te schrijven. Naderhand bleek ik ook redelijk constant te hebben gelopen en zag je aan mijn tempo niet dat ik zeven heuvels heb moeten overwinnen. Ik was trots. Toen ik echter bij de finish aankwam bleken de eerste deelnemers al de koffie en de cake op te hebben. Ik vond mezelf al aardig snel maar hoe kan het dat de nummer één gewoon al een half uur lang aan het chillen was terwijl ik kapot over de eindstreep moest komen?! Dat is fysiek toch gewoon niet mogelijk? Bestaat er naast de elektrische fiets ook iets elektrisch voor het hardlopen? In mijn hoofd zie ik de Kenianen al finishen met een rugzakje met propeller op de rug.

Nadat ik mijn medaille had ontvangen werd ik enthousiast onthaald door aangenaam gezelschap (hierna; de DJ). Ik was nog steeds een beetje over de zeik door de onmogelijke tijden van de Kenianen, maar mijn pruillipje verdween al gauw toen de DJ zei dat ik echt een toptijd had gelopen en dat hij dit niet na zou kunnen doen. Om het geheel in stijl af te sluiten zijn we taart gaan eten als lunch in de stad en hebben we ons de rest van de middag vermaakt. Wel heb ik mezelf nog wel tien keer afgevraagd hoe iemand zo snel kan lopen en bij dat afvragen bleef er steeds een Keniaan met een propeller langskomen. Wat zal ik lekker slapen vannacht.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment