In een ver grijs verleden (lees; vorig jaar) heb ik al eens iets geschreven over mijn oma. Mijn oma lijdt vermoedelijk aan vasculaire dementie, of althans, iets waar je langzaamaan steeds meer vergeet, tot je op een punt komt dat je geheugen het zelfs aflegt tegen dat van een goudvis. Inmiddels herkent oma vrijwel niemand meer en is de speelplaat blijven hangen op ‘ik wil naar huis’, iets wat ze dagelijks in het verzorgingstehuis meldt. Gelukkig heb ik nog wel veel mooie tijden met haar mee kunnen maken. Oma en ik waren immers altijd al het spreekwoordelijke twee handen op één buik. Samen hebben we veel toffe dingen gedaan en ongein uitgehaald. Ook ben ik vaak met oma naar Nijmegen gereden zodat ze op bezoek kon bij haar goede vriendin (hierna; Els) waarmee ze al sinds jongs af aan mee bevriend is. Mijn oma is inmiddels bijna 95 dus dat is heeeeeeel lang. Wat oma en haar vriendin tijdens zo’n middag deden is me nooit helemaal duidelijk geworden, al hebben ze af en toe wel een tipsje, jaja, ik weet hoe je het schrijft maar dit past beter bij het verhaal, van de sluier op moeten lichten.

Het was rond elf uur toen ik met oma Nijmegen binnenreed. Onderweg had ze diepgaande opmerkingen gemaakt over dat de lucht zo blauw is, de zon zo lekker schijnt en het gras groen is, en dat keer tien. Ik keek met gemengde gevoelens naar haar want ik weet dat ze af en toe momenten heeft dat ze niet heel helder is. Gelukkig zijn de heldere momenten nog vaker aanwezig dan de slechte en af en toe kunnen we nog een goed gesprek voeren.

Wanneer we bij Els worden binnengelaten groetten ze elkaar hartelijk. Wonderlijk om te zien dat deze mensen elkaar al ruim 65 jaar kennen. Tijdens de koffie vroeg ik wat de plannen voor de dag zouden zijn. Aangezien de man van Els recent is overleden, was het plan om die middag een bezoek te brengen aan het graf. Bizar feit overigens is dat, wanneer iemand is overleden, je als nabestaande belasting moet betalen over hetgeen je erft. Dus als ik het goed begrijp betaal je je hele leven belasting aan de overheid en, als je dood gaat, moet je nog meer betalen?! Wat een krom systeem, maar goed. Ik vertrok en liet de dames achter. Later die middag zou ik ze weer op komen halen om wat te gaan eten in de stad.

Toen ik aan het einde van de middag de dames ophaalde, stonden ze giechelend in de gang. Op de vraag wie er zou rijden, Els of ik, werd het mij duidelijk dat Els überhaupt niet meer mocht rijden want ze hadden al een drankje thuis gedaan. Eenmaal in het restaurant aangekomen ging de gezelligheid door. Beide dames amuseerden zich kostelijk en sjansten zelfs met de bediening (lees: studenten die een bijbaan hebben) en ik geneerde me lichtelijk maar vond het ook wel weer grappig. Toch vroeg ik me af hoe het kwam dat ze zo enorm in hun sas waren. Ze waren immers alleen naar het graf van de man van Els geweest en hadden ’s middags pannenkoeken gegeten in een restaurant. Met een stoute blik zei Els dat ze al met de drank waren begonnen tijdens het pannenkoeken eten. Aha, dus daar kwam de aap al uit de mouw. Maar het werd nog erger…

Els en oma hadden inmiddels hun tweede zoete witte wijn besteld, ieder zijn eigen smaak, en de ober kwam de glazen brengen. Vervolgens liep de ober naar buiten om wat mensen op het terras te helpen. Bij het teruglopen zag ik de verbaasde blik op zijn hoofd toen hij naar het glas van Els keek. ‘Eh, ik zou toch echt zweren dat ik u net een glas wijn had bezorgd.’ zei hij wat ongelukkig. Kennelijk had Els in enkele seconden het glas wijn leeggedronken. Bizar gewoon, ik dacht dat ik goed kon drinken maar ik leg het kennelijk alsnog af tegen de oudere garde. Omdat Els inmiddels goed in de olie zat, kon ze de ober alleen maar een knikje geven. Zelfs oma leek even verbaasd te kijken. Baas boven baas dus.

Op de terugweg in de auto zaten beide dames handtam in de auto en kwam er haast geen woord meer uit. Drank maakt je kennelijk ook af en toe sprakeloos haha. Oma en ik liepen nog even met Els mee naar haar huis. Stukje zekerheid dat ze in ieder geval de voordeur zou halen. De dames klampten zich beiden aan mijn arm vast toen we naar het appartement liepen. ‘Els, pak je nog even de sleutels, want zonder sleutel kan ik de deur niet opendoen’, zei ik haar. ‘Oh ja!’ zei ze, waarop ze mijn arm losliet om de sleutels uit haar tas te pakken. Bij het loslaten van mijn arm bleek dat recht lopen er ook al niet meer inzat en nog voor ze echt omviel kon ik haar gelukkig nog vastgrijpen. Uiteindelijk hebben we haar veilig thuisgebracht. De terugweg zat oma naast mij. Ze zei niets maar de tevreden glimlach om haar mond sprak boekdelen. Die heeft een geweldige middag gehad!

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment