Sinds eind augustus dit jaar ben ik de trotse mentor van twee stagiaires. Beide dames ken ik nog van mijn periode als docent. Na een uiterst strenge selectie waarbij ze op alle aspecten van het vak zijn getest, bleken deze dames het meest geschikt. En wat blijkt, we zijn een paar maanden verder en nog steeds is iedereen enthousiast over het werk wat ze leveren. Supermooi, want dan heb ik ook een goede afweging gemaakt. De weken vlogen voorbij en inmiddels nadert het moment van afscheid nemen, want ja, ook op stagiaires zit een houdbaarheidsdatum. Deze is door school opgelegd, dat ligt niet aan hen. Niet alleen hebben zij veel geleerd in de periode van stage, maar ik heb absoluut ook van hen geleerd. Zo weet ik dus wat ‘de jeugd van tegenwoordig’ bedoelt met Netflix & Chill en hoorde ik afgelopen week dat Ronnie Flex het met een valse kraai heeft aangepapt maar een kind krijgt van een ander. Erg ingewikkelde materie. Wat mij wel het meest is bijgebleven zijn de verbaasde gezichten van de dames op sommige momenten. Ik noem het de ‘iedereen-doet-maar-iets-verbazing’.

Wat is nu die ‘iedereen-doet-maar-iets-verbazing’? Dat heeft te maken met het feit dat wij denken dat mensen die belangrijke beslissingen nemen, zoals ministers en rechters, altijd weten wat ze aan het doen zijn. Op één of andere manier is het er ingeslopen dat wij denken dat iedereen die zijn vak uitoefent, ook weet wat hij of zij aan het doen is. Ik kan je uit de droom helpen en inmiddels weten de stagiaires dit ook, dat is niet altijd het geval.

Zo was één van de stagiaires bezig met een onderzoek naar de toepassing van nieuwe wetgeving. Belangrijke en essentiële wetgeving die mogelijk veel verandering met zich meebrengt waardoor een goede voorbereiding cruciaal is. Zeker voor onze praktijk. Deze nieuwe wetgeving heeft als datum van inwerkingtreding 1 januari 2020, wat voor zo een ingrijpend iets best kort dag is. Gelukkig weten we al enkele jaren dat deze wetgeving er aan zit te komen dus je zou denken, what’s the problem. Nou, behalve dat er nogal wat handreikingen en uitleg over de toepassing moet komen, is de wet an sich ook niet helemaal duidelijk. Daar kwam de stagiaire ook achter tijdens haar onderzoek. Ze bleef hangen bij één hoofdstuk in de wet en kwam bij ons om te vertellen dat ze er niets van begreep.

Zowel mijn collega als ik hadden echter ook geen idee wat er met dit onderdeel van het wetsvoorstel werd bedoeld dus adviseerde ik de stagiaire om contact op te nemen met het ministerie. Als iemand antwoord op de vraag zou moeten hebben zou het bij de bedenker te vinden moeten zijn toch? Na een telefonisch contact kwam de stagiaire helemaal gedesillusioneerd terug waarbij ze verklaarde dat de medewerker van het ministerie het inderdaad een goede vraag vond. Ze begreep dat het ingewikkeld was en beloofde dit gedeelte van het hoofdstuk aan te laten passen. Let op! We hebben het over wetgeving die in januari 2020 in moet gaan. Even iets aanpassen? Huh? Zo’n wetsvoorstel wordt tot in den treure behandeld door departementen, ministeries, Tweede Kamer en Eerste Kamer. Durfde niemand zijn vinger om te steken en om uitleg te vragen? Spreken ze in Den Haag misschien een andere taal? Of is het misschien toch gewoon niet heel handig en had hier wat langer over nagedacht moeten worden? Kortom, watskeburt?

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt of is de keuze die is gemaakt niet altijd even handig. Dat doet iedereen, van stratenmaker tot directeur. Ook de mensen die werken voor het regeringsstelsel van Nederland. Het zijn namelijk nog steeds mensen die dit soort beslissingen moeten maken. Fouten maken is in beginsel niet erg, je leert er namelijk, als het goed is, van. Daarnaast heb je in je functie ook nog zoiets als verantwoordelijkheid waardoor je voor de consequenties van je fouten en vergissingen moet opdraaien en waarbij je veelal de kans krijgt om dit recht te zetten. Op wat psychopaten en narcisten na, gaan we ook altijd uit dat mensen het niet opzettelijk verkeerd bedoelen.

Het lastige is dat, hoe hoger je functie, hoe meer verantwoordelijkheid je hebt. Ik denk aan al die ministers die de afgelopen jaren de revue zijn gepasseerd en zijn afgesabeld voor de fouten die in hun departement zijn gemaakt, eigenhandig of niet. Op de uitzondering na, hebben zij zich zo goed mogelijk ingezet voor hun functie en toch gaat het mis. De kans om het goed te maken krijgen ze ook al niet, aangezien we ze nog net niet eigenhandig met rotte tomaten en eieren de Kamer uitjagen. Iemand moet boeten voor de fouten. Zelf veroorzaakt of niet. Het erge is dat we die mensen vaak alleen herinneren door de fouten die ze hebben gemaakt, terwijl ze ook heel veel goeds hebben verricht. Anders hadden ze immers ook niet op die plek gezeten. Hoera voor de democratie!

Oh ja, ik was bezig een punt aan het maken. Het maakt niet uit hoe goed iemand in zijn of haar vak is, soms is het gewoon niet mogelijk om alles tot in de detail te weten en antwoord te geven op alle vragen. Dat kunnen we gewoonweg niet van mensen verlangen want daar zijn we mensen voor. Al werken we nog zo hard, bedoelen we het nog zo goed en onderzoeken we zoveel we kunnen, soms weten we het gewoon niet en doen we maar wat. Ook de vuilnisman, ook de ICT’er en ook de mensen van het ministerie.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment