Afgelopen maand is de politieacademie in het nieuws gekomen, en wel naar aanleiding van een kritisch rapport en een brandbrief van bezorgde docenten. Wat is het probleem? Er zou les worden gegeven op de gang, er zouden gaten in het rooster zijn en er is gesjoemel met vergoedingen. De oorzaak hiervoor zou de hogere instroom van studenten zijn.[1] Het blijft mij verbazen dat er zo veel mensen geïnteresseerd zijn om de politieopleiding te doen.

Als ik op het nieuws iets meekrijg over politieagenten is het namelijk veelal negatief. Ze pakken omstanders te hard aan, moeten camera’s gaan dragen omdat ze anders niet meer op hun woord worden geloofd en worden veelvuldig uitgescholden en bedreigd door de mensen op straat. Voor het salaris hoef je het al helemaal niet te doen, al hangt het natuurlijk wel af van je functie en ervaring. Een hoofdagent van 27 jaar verdient bijvoorbeeld ongeveer 2500,- bruto per maand op basis van een fulltime (36 uur) dienstverband.[2] Op zich best prima, maar voor mij zou het nog steeds niet de moeite waard zijn om constant in strijd te moeten liggen met wetsovertreders en omstanders.

Waar ik zelf als jurist de grootste hekel aan heb, is de motivatie die agenten gebruiken om te handelen naar eigen inzicht. En dan met name het slingeren met wetsartikelen die te vaag zijn maar daardoor is er een enorme reikwijdte creëren voor meneer agent. Een artikel waar ik afgelopen week mee in aanraking kwam en wat me het hele weekend bezig heeft gehouden is artikel 3 van de Politiewet. Een artikel die de politie de bevoegdheid geeft om te handelen, zonder inmenging van de rechter-commissaris of Officier van Justitie.

Artikel 3 Politiewet 2012

‘De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.’

Op zich is mijn kennis van de Nederlandse taal toch behoorlijk ontwikkeld, maar hier snap ik niet zo veel van. Als ik de memorie van toelichting (uitleg bij de wet) erop na sla, gaat het er voornamelijk om dat artikel 3 Politiewet de lading dekt voor alles wat niet in andere wetten is geregeld, mits er enkel sprake is van een geringe inbreuk op de privacy. Lekker vaag natuurlijk want wat is dan de definitie van een geringe inbreuk? Wie bepaalt dat? Resultaat is dat de Hoge Raad zich meerdere malen over de term ‘geringe inbreuk op de privacy’ heeft moeten buigen. Het mogen nemen van foto’s van een man op straat is bijvoorbeeld toegestaan nu er voorafgaand aan het maken van deze foto’s een tweetal meldingen bij de politie zijn binnengekomen in verband met zogenaamde babbeltrucs, waarbij signalementen van de dader zijn opgegeven die voldoen aan de man die de agenten op straat tegenkwamen. Er was aldus gelet op de omstandigheden concrete aanleiding om foto’s van deze man te nemen.[3] Een peilbaken aanbrengen op een auto om ‘reisbewegingen’ die passen bij de delictsomschrijving voor maximaal twee dagen, valt volgens de Hoge Raad kennelijk ook nog een geringe inbreuk op de privacy, waardoor deze handeling te scharen is onder de algemene politiebevoegdheden van artikel 3 Politiewet.[4]

Bovenstaande gaat vooral om het eerste gedeelte van artikel 3 Politiewet. Dit is, mede gelet op de uitspraken van de Hoge Raad, op zich wel helder, maar wat wordt nu bedoeld met het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven? De memorie van toelichting geeft het volgende aan;

Het is de bedoeling dat iedereen die werkelijk hulp behoeft wanneer andere hulpverlenende instanties ontbreken uiteindelijk een beroep kan doen op de politie. De politie wordt daarmee gepositioneerd als een eerstelijnsorganisatie die tijdelijk de eerste opvang doet indien dit dringend is totdat de hulpverlening het overneemt.

Als ik deze uitleg lees, begrijp ik niet meer waarom de politie de verwarde man op straat niet meer wil helpen. En hoe handelt de politie dan bij een vermissing van iemand die in een hulpinstelling verblijft? Want dan is er toch een hulpinstantie in beeld en hebben ze volgens de uitleg geen bevoegdheid meer, zou ik denken.

Het hele weekend heb ik me over deze vragen gebogen. Nee, ik had niets beters te doen want ik bleef maar aan artikel 3 Politiewet denken. Zelfs tijdens Koningsdag. Of ik al een oplossing heb gevonden? Nee, nog steeds niet. En dat frustreert me. Want als ik het goed begrijp kan de politie dus alles scharen onder artikel 3 van de Politiewet waardoor elke agent hier een vrije interpretatie op nahoudt. Waarom hebben we dan de bijzondere opsporingsbevoegdheden in de wet staan? Bevoegdheden waarvoor altijd toestemming van de rechter-commissaris of Officier van justitie nodig is omdat deze ingrijpend van aard zijn. Waarom maken we ons enorm druk over alles wat met privacy te maken heeft, terwijl de politie alles lijkt te mogen, als het maar onder artikel 3 Politiewet lijkt te vallen. Ik snap het niet en vermoed dat de frustratie voorlopig niet weg gaat. Voor zij die uitleg hebben op mijn precaire kwestie; laat het me weten!


[1] Koen Voskuil, Het Algemeen Dagblad, 5 april 2019, te vinden via: https://www.ad.nl/binnenland/politieacademie-barst-uit-zijn-voegen-onrust-bereikt-hoogtepunt~a4e00fc2/
[2] Babette Rijkhof, Het Algemeen Dagblad, 28 juni 2018, te vinden via: https://www.ad.nl/ad-werkt/ik-vind-waardering-belangrijker-dan-een-salarisverhoging~a595bfaf/
[3] ECLI:NL:HR:2017:725
[4] ECLI:NL:RBNHO:2017:9160

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Post comment